Basisbeginselen toetsenbordnavigatie

Hier volgen de belangrijkste toetscombinaties voor het werken met een opbouw. Kies voor meer informatie over de afzonderlijke toetscombinaties Toetscommando's uit het Help-menu.
Een nieuw onderdeel aanmaken
  • Druk op de Return-toets om een nieuw onderdeel aan te maken onder het geselecteerde onderdeel.
  • Om boven het geselecteerde onderdeel een nieuw onderdeel aan te maken, drukt u op de toetscombinatie Shift + Return.
Inspringen/naar links inspringen
  • Standaard zorgt het indrukken van de Tab-toets voor inspringing van het geselecteerde onderdeel. Hierdoor komt dit onderdeel een niveau lager te staan dan het onderdeel erboven. (U kunt de werking van de Tab-toets wijzigen in de voorkeuren voor het toetsenbord.)
  • Druk op de toetscombinatie Shift + Tab voor een inspringing naar links. (U kunt de werking van de toetscombinatie Shift + Tab wijzigen in de voorkeuren voor het toetsenbord.)
  • De toetscombinaties Command + rechter vierkante haakje en Command + linker vierkante haakje kunnen altijd worden gebruikt voor respectievelijk inspringen en naar links inspringen.
Navigeren
  • Tijdens het bewerken van de tekst van een onderdeel, kunt u de cursor verplaatsen met de pijltoetsen.
  • Bent u geen tekst aan het bewerken, dan kunt u met de Pijl-omhoog- en Pijl-omlaag-toets de vorige of volgende rij selecteren en met de Pijl-links- en Pijl-rechts-toets de onderliggende niveaus van een onderdeel verbergen of tonen.
De tekst van een onderdeel bewerken
  • Druk op Escape-toets om te schakelen tussen het selecteren van een onderdeel en het bewerken van de tekst van het onderdeel.